Rasstandaard

De FCI standaard
Land van oorsprong: China
Land van patronage: Groot-Brittanië
Gebruik: waak- en gezelschapshond
Indeling: nr 205, FCI rasgroep 5, spitsen en oertypen

Algemene verschijning
Actief, compact, met korte lendenen en in alle onderdelen volkomen harmonieus, leeuwachtig voorkomen, trots met waardige houding. Vast stabiel lichaam. Staart goed over de rug gedragen. Moet altijd vrij kunnen bewegen en niet zoveel vacht hebben dat activiteit wordt belemmerd of ongemak wordt veroorzaakt bij heet weer. Een blauw-zwarte tong is karakteristiek.

Belangrijke verhoudingen
De afstand van de schoft tot de elleboog is gelijk aan de afstand van de elleboog tot de grond.

Gedrag en karakter
Rustig, goede waakhond. Onafhankelijk, trouw, maar afstandelijk.

Hoofd
Schedel – vlak en breed. Stop – niet uitgesproken.

Aangezicht
Neus – groot en breed en in alle gevallen zwart, behalve in crème en bijna witte Chow Chows bij wie een lichter gekleurde neus acceptabel is, en een bijpassend gekleurde in de blauwe en fawns. Maar zwart heeft in alle gevallen de voorkeur.
Snuit – matig van lengte, breed vanaf de ogen tot het einde (niet spits toelopend als bij de vos). Goed opgevuld onder de ogen.
Lippen – ideaal is een volledig zwarte mond inclusief verhemelte en lippen, met een blauw-zwarte tong. Maar bij blauwe en fawn Chow Chows mag wat minder gepigmenteerd tandvlees te zien zijn en bij crème en witte Chows mag deze verdunning nog meer uitgesproken zijn.
Kaken/gebit – tanden sterk en op een lijn, kaken sterk met een perfect, regelmatig en compleet schaargebit, dat wil zeggen dat de boventanden net over de ondertanden sluiten en recht in de kaak staan.
Ogen – donker, ovaal, middelmatig van formaat, en schoon. Een oog in een harmoniĂ«rende kleur is toegestaan bij de blauwe en de fawn Chow Chows. Een schoon oog, vrij van entropion, mag nooit alleen vanwege het formaat worden achtergesteld.
Oren – klein, dik, aan de bovenkant iets afgerond, stijf gedragen en wijd uiteen, maar wel schuin boven het oog staand en iets naar elkaar toewijzend, resulterend in de fronsende uitdrukking die zo kenmerkend is voor het ras. De frons (scowl) mag nooit bereikt worden door losse gerimpelde hoofdhuid.

Hals: Sterk, vol, niet kort, goed op de schouders geplaatst en licht gebogen. Van voldoende lengte om het hoofd trots boven de toplijn te dragen.

Lichaam
Rug – kort, recht en sterk.
Lendenen – krachtig.
Borstkas – breed en diep, goed gewelfde ribben, maar niet tonvormig.

Staart: Hoog aangezet en goed over de rug gedragen.

Ledematen
Voorhand

Schouders – gespierd en schuin aflopend.
Elleboog – gelijke afstand tussen schoft en de grond.
Onderarm – volkomen recht, met goed bot.
Voorvoeten – klein, rond, katachtig, goed op de tenen staand.

Achterhand
Algemene verschijning – in profiel staat de voet direct onder het heupgewricht.
Bovenbeen – goed ontwikkeld.
Knie – slechts licht gebogen.
Onderbeen – goed ontwikkeld.
Middenvoet – hakken laag aangezet. Vanaf de hakken naar beneden recht lijkend, nooit naar voren buigend.
Achtervoeten – klein, rond, katachtig, goed op de tenen staand.

Gang en beweging
Gang met relatief korte passen, achtervoeten worden niet hoog opgetild, scheren als het ware over de grond, in profiel lijkt de beweging op die van een klepel (van de klok). Dit typische gangwerk met korte pas laat het de hond toe zich vrij, nooit log, te bewegen, met een uitstekend uithoudingsvermogen.
Voor- en achterbenen bewegen parallel ten opzichte van elkaar en recht vooruit. Honden moeten altijd in staat zijn onbelemmerd en soepel te bewegen, zonder vertoon van enig teken van ongemak.

Vacht  
Vachtlengte – langharig of kortharig.
Langharig – overvloedig en rijkbehaard, dicht, recht en uitstaand maar nooit buitensporig lang. Bovenvacht grof van structuur, met een zachte, wollige ondervacht. Speciaal dicht om de hals in de vorm van manen of kraag, en aan de achterkant van de dijbenen een rijke bevedering of broek.
Kortharig – vacht kort, vol, dicht, recht, overeind staand, niet vlakliggend, structuur als van pluche. Iedere kunstmatige inkorting van de vacht, die de natuurlijke belijning of uitdrukking verandert, moet worden bestraft. Uitzondering: de voeten mogen worden getoiletteerd.

Kleur
Eenkleurig zwart, rood, blauw, fawn, crème of wit. Vaak geschakeerd maar niet gevlekt of bont (einde van de staart en de achterkant van de dijbenen vaak lichter van kleur).

Grootte
Schofthoogte reuen 48-56 centimeter (19-22 inches),
teven 46-51 centimeter (18-20 inches).

Fouten
Elke afwijking van het voorgaande moet als fout worden beschouwd. De mate waarin de fout moet worden aangerekend moet in overeenstemming zijn met de ernst ervan en de gevolgen ervan voor gezondheid en welzijn van de hond.
Diskwalificerende fouten: agressief of te terughoudend. Een hond die duidelijk lichamelijke of gedragsafwijkingen vertoont moet worden gediskwalificeerd.

NB: Reuen moeten twee duidelijk waarneembare normale testikels hebben die volledig in het scrotum moeten zijn afgedaald.